Eén ei is geen ei, twee ei een half ei, drie ei is een paasei. Dit bekende gezegde betekent dat één niet genoeg is, twee beter is en dat drie goed is. Een verwijzing naar de drie dagen tussen Goede Vrijdag en Pasen. Én zoals iedereen weet horen eieren bij Pasen. Maar waarom? Michel Bakker tikt er eentje voor ons…

In verschillende oude culturen gold het ei als een symbool van de vruchtbaarheid. Er werd een magische kracht aan toegekend. Boeren stopten eieren in hun akkers en boomgaarden in de hoop op nieuw leven of op een goede oogst. Het ei is voor kerkvader Augustinus (354-430) een christelijk symbool van hoop en nieuw leven, van de heerlijkheid of verrijzenis die de gelovigen te wachten staat, maar nog niet zichtbaar is: “Het ei is een voorbeeld van hoop, want het leven van een kuiken is er nu nog niet, maar in de toekomst. Dit wordt wel gehoopt, maar nog niet gezien” (Brief 130). En kerkvader Efrem de Syriër (306-373) zegt een keer over het graf van Christus: “Als een ei sprong het graf open.” Met deze uitspraak bedoelt hij het volgende. Wanneer een kuiken uit het ei wil komen, breekt het op een gegeven ogenblik de schaal open. Zo zou Jezus zelf de steen van zijn graf hebben weggeschoven en levend te voorschijn zijn gekomen.

Volgens een legende gaf Maria Magdalena het eerste paasei aan de Romeinse keizer Tiberius

Ei symbool van verrijzenis

De Veertigdagentijd betekende als vastentijd een verbod van vlees, melkproducten en eieren. Om het einde van de vasten uit te drukken vond er vanaf de twaalfde eeuw tijdens de paasmis een zegening van de ‘verboden’ spijzen plaats. Later werden het alleen hardgekookte eieren die de gelovigen meebrachten. Die eieren (ova paschalia) konden ze dan thuis eten of weggeven. Dit is het wijdingsgebed dat in het Romeinse Rituale van begin zeventiende eeuw stond, maar een veel oudere oorsprong moet hebben: “Heer, wij vragen U deze eieren die U geschapen hebt, te zegenen, zodat ze een gezond voedsel voor uw trouwe dienaars worden die ze in dankbaarheid en tot herinnering aan de verrijzenis van de Heer tot zich nemen.” Zoals het leven verborgen ligt in een ei, zo is de Zoon van God opgestaan uit het graf; de doden zullen het eeuwige leven krijgen. Door elkaar paaseieren te geven, belijden christenen hun geloof in de opstanding.

Ei met Gatchina paleis, geëmailleerd paasei gemaakt onder toezicht van de Russische juwelier Peter Carl Fabergé in 1901 voor Nicolaas II. Wikimedia Commons, Public Domain, Ksk2875.

Ei met beeld van de Opstanding, bergkristal, mogelijk gemaakt door Michael Perchin, onder supervisie van de Russische juwelier Peter Carl Fabergé, vóór 1899, © CC BY-SA 2.0, Guy Fawkes.

Kunst en folklore

Een paasei is een ei, al dan niet van chocolade, dat met Pasen wordt beschilderd, beplakt en verstopt. Een katholieke traditie vertelt dat de paaseieren door de klokken van Rome worden geworpen. Een meer gebruikelijk beeld is dat de paashaas de eieren brengt door ze te verstoppen. Eieren zijn vruchtbaarheidssymbolen, waardoor deze voornamelijk in de lente gebruikt worden bij rituelen. Een belangrijk deel van het paasritueel is afkomstig uit de Orthodoxie, zoals uit Rusland. Vroeger werden ook paaseieren als kunstwerkjes met de afbeelding van Christus (als vredesvorst) door regerende vorsten ten geschenke gegeven aan hooggeplaatste personen. Beroemd zijn de kostbare eieren die edelsmid Fabergé maakte voor de Russische tsaren.

Op Kreta (Griekenland) is het gebruikelijk dat men bij de viering op paasochtend met de uitroep: ‘Christus is waarlijk opgestaan. Hij is waarlijk opgestaan!’ een beschilderd ei tegelijk met de paaskus uitwisselt. De eieren zijn daar vaak beschilderd met een (symbolische) afbeelding van de verrijzenis van Christus, of met een afbeelding van een heilige of rood geschilderd. Deze Grieks-orthodoxe traditie schrijft voor dat die eieren op Witte Donderdag rood worden geverfd ter herinnering aan het Laatste Avondmaal.

Het eerste paasei

Volgens een legende gaf Maria Magdalena het eerste paasei aan de Romeinse keizer Tiberius. Kort na de hemelvaart van Christus kwam Maria Magdalena naar Rome om daar het evangelie te verspreiden. In die dagen was het gebruikelijk om de keizer een geschenk te brengen; rijke mensen gaven juwelen, arme mensen gaven wat ze zich konden veroorloven. Maria Magdalena was alles kwijt behalve haar geloof in Christus. Zij gaf de keizer een kippenei met de woorden: “Christus is opgestaan!” De keizer antwoordde dat niemand uit de dood kon opstaan; wat zij zei was net zo moeilijk te geloven als dat een wit ei rood kon worden. Tiberius was nog niet uitgesproken, toen het ei dat hij in zijn handen hield rood werd. Volgens een variant van dit verhaal zou een onbekende vrouw het nieuws van de opstanding van Jezus alleen geloven als de eieren die ze in haar handen had rood zouden kleuren. Uiteraard gebeurde dit prompt.

Een andere verklaring noemt de gang van Maria Magdalena naar het graf van Christus, de morgen nadat Hij was gestorven en begraven. Ze nam mirre en eieren mee. Bij het graf aangekomen ziet ze dat het graf leeg is. Ze schrikt en denkt dat het lichaam weggenomen is. Maar dan vallen haar ogen op de eieren die ze bij zich heeft: ze hebben een rode kleur gekregen. De kleur van zowel het lijden, de passie, als het nieuwe leven, zowel van het bloed van Christus als van zijn opstanding.

Het is tenslotte een algemene overtuiging dat geverfde paaseieren veertig dagen houdbaar blijven zonder te worden gekoeld. Als een priester de eieren echter op paaszondag zegent, wordt gezegd dat ze een heel jaar meegaan zonder te bederven.

Michel Bakker

Er is nog een legende waarin eieren een rol spelen: een arme koopman in eieren was op weg naar de markt. Onderweg kwam hij Jezus tegen die het kruis op zijn rug droeg. De koopman legde zijn handel neer en hielp Jezus het kruis te dragen. Toen de arme man bij zijn handel terugkeerde, ontdekte hij dat zijn witte eieren allemaal verschillende kleuren hadden gekregen.