Op 5 mei vieren we 75 jaar bevrijding. We staan stil bij de vele slachtoffers van het Naziregime en het oorlogsgeweld en vieren de vrijheid als recht én plicht. De kerkengek neemt ons mee met een beschrijving wat er in de Tweede wereldoorlog gebeurde in en rond de Sint-Bavokathedraal en hoe dit nog steeds wordt herinnerd.

20 juli 1942: vanaf de kansel van de kathedraal

Al vanaf het begin van de oorlog waren de Nederlandse bisschoppen bezig te protesteren tegen de Duitse bezetting. Aartsbisschop Jan de Jong (van Utrecht) schreef het ene na het andere protest. Hij werd krachtig ondersteund door de Haarlemse bisschop Jan Huibers (de zuidelijke collega’s waren wat zwakker). Begin 1941 hadden de bisschoppen het lidmaatschap van de NSB verboden. Ook protesteerden ze tegen het verwijderen van joodse kinderen van de confessionele scholen. Het beroemdst werd de bisschoppelijke brief van 20 juli 1942, waarin openlijk protest werd aangetekend tegen de deportatie van de joden.

Het verhaal gaat dat een Duitse generaal de avond tevoren aan de Maliebaan langs was geweest om een brief voor te lezen waarin de voorlezing van de brief van de bisschoppen werd verboden. De aartsbisschop, die al vroeg naar bed was gegaan, had hem toen hij gewekt was even aangehoord op het tussenbordesje van de trap naar zijn slaapkamer. Zijn reactie: “Zeg maar tegen je baas dat je je briefje keurig voorgelezen hebt.”

Zo kon het gebeuren dat in alle katholieke kerken van Nederland het meest duidelijke kerkelijk protest tegen de Jodenvervolging in heel Europa weerklonk. Zo ook in de Haarlemse kathedraal. De Haarlemse plebaan Frans Filbry, die zenuwachtig was, maar met volle overtuiging de brief voorlas, ergerde zich aan de koster die intussen gewoon doorging met plaatsengeld te innen. Het verhaal gaat dat hij luid uitriep: “Koster, staak uw werkzaamheden onmiddellijk!”. Het vervolg leert dat de bisschoppelijke brief de Duitse plannen helaas niet kon blokkeren.

Mgr. Johannes Petrus Huibers

De bisschoppen hadden het lidmaatschap van de NSB verboden en protesteerden tegen het verwijderen van joodse kinderen van confessionele scholen

11 augustus 1942: het hek van de kathedraal

Op 11 augustus 1942 moest matroos Jilles Oudhof (24) zich melden voor de Arbeitseinsatz. Toen hij thuis (aan de Schreveliusstraat) gearresteerd dreigde te worden, vluchtte hij via de Allanstraat en de Bisschop Callierstraat weg. Hij werd dodelijk getroffen en bleef met zijn armen wijd uitgestrekt hangen aan het hek rond de tuin van de kathedraal. Buurtbewoners en parochianen zagen in hem een gekruisigde. Te zijner gedachtenis werd een groot kruis neergezet, dat later verwijderd werd toen er huizen gebouwd werden. Het stond op de hoek van het Mgr. Bottemanneplein en de Jos Cuypersstraat. Oudhof ligt begraven op de Haarlemse Sint-Barbarabegraafplaats in een graf van de Oorlogsgravenstichting.

25 augustus 1942 naast de Bavoschool

In de nacht van 25 op 26 augustus 1942 werden 650 Haarlemse joden verplicht zich te verzamelen bij de katholieke Bavoschool op de hoek van de Leidsevaart en de Westergracht in de onmiddellijke nabijheid van de St.-Bavokathedraal. Honderdvijftig kwamen zich melden; ze werden rond 23 uur – het werd nacht – afgevoerd naar het nabijgelegen goederenstation, in de beruchte spoorwegwagens geladen en op transport gezet. Later werden nog vijfentwintig mensen opgepakt, zodat in totaal 176 joodse medeburgers via Westerbork naar de vernietigingskampen zijn gereden. Eind jaren negentig van de vorige eeuw werd een plaquette aangebracht in de zijmuur van de Bavoschool om dit gebeuren te memoreren. Het verhaal gaat dat de parochianen van de kathedrale kerk de mensen in de trein ’s nachts broodjes hadden gebracht. Waarschijnlijk ontstond deze mythe doordat veel later (10 en 11 november 1944) als protest tegen de misdadige transporten naar de kampen talrijke Haarlemmers in beweging kwamen en aan de andere kant van het spoor de mensen in de treinen hebben bijgestaan.

De aanslag op Fake Krist

Op 25 oktober 1944 werd een aanslag beraamd op een collaborateur, Fake Krist. Pijnlijk is dat kort tevoren een buurtbewoner die voor Krist werd aangezien beschoten was

25 oktober 1944: de aanslag op Fake Krist en de Duitse reactie

Op 25 oktober 1944 werd vanuit dezelfde Bavoschool een aanslag beraamd op een collaborateur, Fake Krist. Pijnlijk is dat kort tevoren een buurtbewoner die voor Krist werd aangezien beschoten was. Ernstig gewond werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Hij werd voor verrader gehouden en slecht behandeld, maar gelukkig herkende een chirurg hem en bleef hij in leven. Als revanche op de aanslag op Krist haalden de Duitsers tien mensen uit het Huis van Bewaring in Amsterdam. Op 26 oktober werden deze mensen doodgeschoten en direct afgevoerd naar het Crematorium Westerveld. Op de avond van diezelfde dag werd een aantal huizen naast de Bavoschool in brand gestoken. Ieder jaar op 4 mei worden de tien slachtoffers (de oudste was 49, de jongste 26) herdacht bij het monument op de plek waar ze doodgeschoten zijn. Het boek De Aanslag van Harry Mulisch is gebaseerd op deze moordaanslag op Fake Krist.

26 augustus 2012: een bijzondere processie

Op zaterdag 25 augustus 2012 om 23.00 uur was het zeventig jaar geleden dat de deportaties van de Haarlemse joden in 1942 had plaats gevonden. Besloten werd de herdenking om praktische redenen naar zondagmorgen 11.00 uur te verplaatsen. Rabbijn Spiro en vele leden van de Haarlemse Joodse Gemeente zouden zich dan bij de Bavoschool verzamelen en daarna in een stille tocht naar de plek lopen waar het stationnetje stond waarvandaan de gevangen waren weggevoerd. Dat bood de parochianen van de nabijgelegen Bavokathedraal de gelegenheid zich bij die stoet aan te sluiten. Vlak voor de zegen werd gezegd dat ‘de dienst nog niet is beëindigd en dat we eerst nog samen met onze joodse medeburgers naar de plek willen trekken waarvandaan zeventig jaar geleden 170 Haarlemse joden werden weggesleept.’ En zo trok een joods-katholieke processie zwijgzaam langs de Westergracht om bij het treinspoor een minuut stilte te betrachten. Het was heel druk en lawaaierig rond de klok van elf uur, maar toen ze om 11.15 uur bij het spoor arriveerden was het wonder boven wonder doodstil.

4 maart 2016: nieuwe ramen

Op 4 maart 2016 was prinses Beatrix aanwezig bij het officiële moment dat het kerkschip na de grote restauratie opnieuw in gebruik werd genomen. Ook werd een serie ramen van de glazenier Jan Dibbets onthuld. Interessant is het spel met licht en donker en de symboliek van de ramen. Hier wil ik melding maken van een van de middenramen aan de noordzijde waarin de tekst van Genesis hoofdstuk 1 vers 2 vermeld staat, God sprak: Er zij licht (Wojomer Elohiem Jehie Oor). Waarom? De noordkant is de kant van de kerk waar nooit licht vandaan komt. Die kant symboliseert de donkere zijde van het menselijk bestaan: de dood. Laat dat raam nu precies uitzien op de plek waar in augustus 1942 de hierboven genoemde Haarlemse joden bijeengedreven werden. Hun namen staan ook vermeld op het monument met de namen van alle 733 joden die uit Haarlem zijn weggevoerd: het ‘Joods Monument Haarlem’ bij de Philharmonie. Ook in de kathedraal willen wij hun namen gedenken. Om ons die donkere gebeurtenis niet te laten vergeten en uit respect voor de joodse traditie is de Genesistekst in het noordraam in Hebreeuwse letters gezet. De toenmalige directeur van het Joods Historisch Museum, rabbijn Edward van Voolen, heeft die nog gecontroleerd.

Licht

De hierboven genoemde tekst, waarin de eerste woorden die de Eeuwige uitsprak vermeld staan, is een getuigenis van hoop. ‘Er zij licht’ is geen aankondiging van de schepping van zon, sterren en maan (die trouwens pas op de vierde dag geschapen worden) maar een programma van hoop. Het is een getuigenis dat het licht het zal winnen van het duister, de vrede het zal winnen van de oorlog en de liefde het zal winnen van de haat. Nu wij rond Pasen 2020 gedenken hoe wij 75 jaar geleden bevrijd zijn, is het passend om alles wat zich in de jaren 1940-1945 heeft afgespeeld in herinnering te roepen. Het gedenken van de slachtoffers van de Holocaust moge ons waakzaam laten blijven voor alle onheil!

Hein Jan van Ogtrop

Dank aan Bob van Oploo die belangrijke aanvullingen en correcties leverde.